Leerlingvolgsysteem










CITO leerlingvolgsysteem 

De Albatros maakt gebruik van het CITO-leerlingvolgsysteem. CITO staat voor Centraal Instituut Voor Toets Ontwikkeling. Zij ontwikkelen toetsen voor diverse vakgebieden en niveaus. Deze toetsen zijn niet-methoden-gebonden toetsen. Dit betekent dat alle kinderen hiermee getoetst kunnen worden, ongeacht de reken- of taalboeken waaruit gewerkt wordt.
De Cito toets meet de resultaten van je kind ten opzichte van het landelijk gemiddelde.

Deze toetsen gebruiken we om een goed beeld te krijgen van datgene wat de leerlingen al kunnen en kennen. Daarnaast geven de toetsen inzicht in de onderdelen die een leerling of een groep nog niet beheerst. De leerkracht kan zijn/haar lesprogramma hierop afstemmen. Ook voor individuele leerlingen kan de toetsuitslag leiden tot een handelingsplan.

In alle groepen worden een aantal toetsen afgenomen. Dit gebeurt volgens een vast schema. Halverwege (januari-februari) en aan het einde (mei-juni) van een schooljaar worden de meeste toetsen afgenomen.

De uitslagen van de Cito-toetsen worden op de 10-minutengesprekken meegedeeld aan ouders.


Cito-toetsscores

De toets resultaten van het Cito bestaan uit de letters A t/m E. Deze kun je als volgt lezen:

Cito en dus ook de Albatros werkt met een nieuwe normering. Deze gaat u als ouder dus ook tegenkomen in het rapport van je kind. De nieuwe normering wordt uitgedrukt in de Romeinse cijfers I t/m V en laat een andere verdeling over de niveaus zien (namelijk 20% per niveau).

Niveau I:    20% ver boven het gemiddelde (beste 20%)
Niveau II:   20% boven het gemiddelde (beste 40%)
Niveau III:  20% de gemiddelde groep leerlingen (beste 60%)
Niveau IV:  20% onder het gemiddelde (zwakste 40%)
Niveau V:   20% ver onder het gemiddelde (zwakste 20%)

Afbeeldingsresultaten voor Cito in romeinse cijfers en letters

Omdat de verdeling wat anders is, kun je ineens een ander beeld van de score van je kind krijgen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat je kind in de eerst genoemde normering een C scoort (wat gemiddeld lijkt) en in de nieuwe normering een IV. Je kind wordt niet zwaarder beoordeeld, maar de school heeft de ontwikkeling van je kind hiermee iets scherper in beeld.

Het is goed mogelijk dat je kind op de Cito-toetsen anders scoort dan op de methode gebonden toetsen van school. De inhoud van de Cito-toetsen is gebaseerd op leerstof inhouden uit verschillende methoden. Dit kan betekenen dat Cito onderdelen toetst die in de methode van onze school nog niet aan bod zijn gekomen.

Didactische Leeftijd (DL)
Op het rapport tref je bij de Cito-toetsen behalve de niveaus ook vaak de afkorting DL aan. Dit staat voor Didactische Leeftijd. De Didactische Leeftijd is het aantal maanden dat een kind onderwijs heeft gevolgd vanaf groep 3. Ieder schooljaar bestaat bij deze telling uit tien maanden en het schooljaar loopt van september tot en met juni.

Voorbeelden:
Een kind dat over gaat van groep 3 naar groep 4 heeft een DL van 10.
Een kind dat in januari in groep 6 zit (en nooit is blijven zitten) heeft een DL van 35 (3 x 10 maanden + 5 maanden in groep 6).
Een kind dat net klaar is met de basisschool heeft een DL van 60 (mits het niet is blijven zitten).
Een kind dat in juni in groep 7 zit en groep 5 gedoubleerd heeft, heeft ook een DL van 60 (1 jaar zittenblijven = 10 maanden extra onderwijs).

Didactisch Leeftijds Equivalent (DLE)
Naast de Didactische Leeftijd staat vaak het Didactische Leeftijds Equivalent. Het DLE drukt uit op welk niveau een leerling staat met het beheersen van de leerstof. Het niveau wordt uitgedrukt in het aantal maanden onderwijs vanaf groep 3.

Voorbeeld:
Een leerling met een DL van 45 (toets is afgenomen in januari groep 7) scoort 33 op de toets.
De toetsscore 33 blijkt gemiddeld te worden gehaald door een leerling van niveau van midden groep 6, dus DL 35. We zeggen nu: de leerling met een DL van 45 behaalt een DLE van 35. Nu we van de getoetste leerling zowel zijn DL, als zijn DLE weten, kunnen we kijken of er sprake is van een leerachterstand of voorsprong. Dit betekent, dat deze leerling op de afgenomen toets
DLE - DL = 35 - 45 = -10 maanden behaalt. Dat houdt in, dat de leerling voor deze toets
een achterstand heeft van 10 schoolmaanden. Deze leerling loopt dus precies 1 schooljaar achter.

Als de DL en de DLE (bijna) even groot zijn, zit de leerling op niveau.
Als de DL groter is dan de DLE, heeft de leerling een achterstand.
Als de DL kleiner is dan de DLE, heeft de leerling een voorsprong.

Toetsuitslagen
De toetsuitslagen geven de leerkracht een goed beeld van de ontwikkeling van zijn leerlingen. Dit beeld is echter niet compleet zonder de beoordelingen en observaties in de groep, want de toets blijft een momentopname. Er zijn ook steeds meer scholen die het kind vragen te reflecteren op zijn eigen ontwikkeling en dit in het rapport opnemen. Soms gebeurt dit met toevoeging van door kinderen gemaakt werk (bewijsmateriaal) in de vorm van een portfolio of map.

Tijdens het bespreken van het rapport krijg je als ouder te horen hoe je kind zich ontwikkelt ten opzichte van de vorige keer. Ook hoor je of je kind de komende periode extra stof of hulp krijgt aangeboden. Op deze manier wordt het onderwijsaanbod steeds weer afgestemd op de behoeften van je kind.

Mocht u vragen hebben over het leerlingvolgsysteem, dan kunt u hiermee terecht bij de interne begeleider. Als u vragen heeft over de toets uitslagen van uw kind, kunt u deze stellen aan de groepsleerkracht.

CITO-eindtoets

De CITO-eindtoets wordt afgenomen in april. De kinderen van groep 8 maken deze toets om te kijken welke vorm van voortgezet onderwijs het beste past bij uw kind. Voordat uw kind deze toets maakt wordt al bepaalt naar welke voortgezet onderwijs school uw kind gaat. Hierbij wordt o.a. gekeken naar de citoresultaten van de afgelopen leerjaren en wordt in november het drempelonderzoek afgenomen. De leerkracht van groep bepaalt samen met de IB-er welke afdeling het beste past bij uw kind. Ouders kiezen zelf een school, maar mogen altijd advies vragen aan de leerkracht.

Klik hier voor de informatiekrant voor ouders.

Bij een bepaald resultaat hoort een bepaald advies;
501 - 520 - VSO, Praktijk onderwijs en Basisberoepsgerichte leerweg
519 - 525 - Basis- en Kaderberoepsgerichte leerweg
523 - 528 - Kaderberoepsgerichte leerweg
529 - 533 - gemengde/theoretische leerweg (de voormalige mavo)
533 - 536 - Gemengde/theoretische leerweg en havo
535 - 541 - Gemengde/theoretische leerweg en havo/vwo
537 - 540 - Havo/vwo
540 - 544 - havo/vwo brugklas
545 - 550 - vwo (atheneum / gymnasium / technasium / tweetalig vwo)

Kinderen die moeite hebben met leren en waarschijnlijk naar LWOO (leerwegondersteunend onderwijs) of naar praktijkonderwijs gaan, maken de niveautoets van CITO.

Drempelonderzoek

Omdat de CITO eindtoets pas in april wordt afgenomen heeft de Albatros er voor gekozen om bij iedereen van groep 8 in november het drempelonderzoek af te nemen.
Drempelonderzoek 678 bestaat uit vijf onderdelen op het gebied van technisch lezen, spelling, woordenschat, begrijpend lezen en rekenen.

Als na de toets blijkt dat er meer zorg nodig is in het voortgezet onderwijs, neemt het voortgezet onderwijs extra toetsen af en vraagt daarna extra gelden aan om uw kind meer zorg te kunnen bieden. 

Voorbeelditem


Met behulp van een plaatsbepalingsformulier worden de individuele scores van leerlingen vergeleken met scores van havo/vwo-leerlingen, praktijkschool-leerlingen en leerlingen in de vmbo-leerwegen; gemengd-theoretisch, basis- en kaderberoepsgericht, wel of niet met leerwegondersteuning.

Voor meer informatie over het drempelonderzoek klikt u hier.