Schoolloopbaan groep 1 t/m 8










Er kunnen zich omstandigheden voordoen waarbij zittenblijven, versnellen of een extra kleuterjaar de beste oplossing is voor een leerling. Kinderen voelen zich soms niet thuis bij leeftijdgenoten die in hun emotionele en sociale ontwikkeling al veel verder zijn. Ook voelen ze zich opgelucht als ze niet meer constant op hun tenen hoeven te lopen. Vooral emotioneel kan een kind in zo’n geval van een extra jaar opknappen. Naast de extra oefening heeft dit een positieve invloed op de leermotivatie en de prestaties.

In nauw overleg met de ouders, de leerkracht en de intern begeleider wordt bekeken welke kinderen met een extra jaar het beste geholpen zijn. Hierbij kijken we niet alleen naar de leervorderingen, maar ook naar de lichamelijke ontwikkeling en het persoonlijk welbevinden van het kind. Mochten ouders en school niet tot een eensluidende beslissing kunnen komen, dan is de mening van de school uiteindelijk doorslaggevend.

Indien een extra jaar wenselijk wordt geacht, kan dit het beste plaatsvinden op jonge leeftijd (groep 2 t/m 4).

In uitzonderlijke gevallen kan versnellen (d.w.z. een groep overslaan of 2 groepen in 1 jaar doorlopen) wel een goede optie zijn. Een belangrijke reden kan zijn dat de leerling ook op sociaal-emotioneel gebied een voorsprong heeft op de groepsgenoten en geen aansluiting heeft.. Bij deze kinderen wordt vooruit getoetst. Daarnaast wordt er een protocol opgesteld waarin het stappenplan wordt beschreven van de overgang naar de andere groep. Dit wordt in goed overleg met ouders, directie, IB-er en leerkracht gedaan.

Regelmatig komt de vraag aan de orde of kleuters die na 1 oktober en voor 1 januari jarig zijn, na ruim een half jaar door mogen naar groep 2 en een jaar later naar groep 3.

De beslissing hierover wordt genomen door school, na overleg met de ouders.

In sommige situaties is het denkbaar dat een leerling vanwege zijn of haar ontwikkeling deze stap kan zetten. Maar soms is het beter een leerling niet "versneld" door te laten gaan. De ononderbroken ontwikkelingslijn en het welbevinden van de leerling zijn daarin bepalend.

Naar het voortgezet onderwijs
De Albatros zal ouders en kinderen goed begeleiden naar het voortgezet onderwijs. Vanaf groep 1 wordt er al gewerkt met een landelijk leerlingvolgsysteem zodat in groep 7 al een voorzichtige voorspelling kan worden gedaan naar welk type onderwijs uw kind zal gaan.
In groep 8 wordt het drempelonderzoek afgenomen, de reguliere CITO toetsen en  de CITO eindtoets. Met al deze gegevens, kan de Albatros een juiste inschatting maken welk type school het meest geschikt is voor uw kind.
U als ouder wordt hier uiteraard goed bij betrokken en begeleid!
Iedere basisschool moet voor 1 maart een schriftelijk schooladvies geven. Dit wordt opgestuurd naar de school die u heeft uitgekozen.

Welke schoolsoorten kent het voortgezet onderwijs?
In Nederland kun je na de basisschool kiezen voor het:
• praktijkonderwijs;
• vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, inclusief mavo);
• havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs);
• vwo (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs).

Welke school je ook kiest, in de eerste leerjaren (de onderbouw) van al deze schoolsoorten leren alle leerlingen grotendeels hetzelfde. Daarna komen er grote verschillen. Het vwo duurt bijvoorbeeld langer dan de andere schoolsoorten en ook het eindniveau van het vwo ligt hoger. Ook kan de manier waarop je les krijgt per schoolsoort verschillen.

Praktijkonderwijs
Het praktijkonderwijs Denk je dat het vmbo net iets te moeilijk voor je is, dan is de keuze voor het praktijkonderwijs de meest logische keuze. Het praktijkonderwijs richt zich op de individuele leerling en maakt voor elke leerling een individueel ontwikkelingsplan. In dit plan staat wat de leerling gaat doen om zich voor te bereiden op z’n eigen toekomst. Dit gebeurt aan de hand van de thema’s wonen, werken, vrije tijd en burgerschap.
Individueel in plaats van algemeen. Op een school voor praktijkonderwijs krijg je les in taal, rekenen/wiskunde, informatiekunde en lichamelijke oefening, maar niet volgens vaste programma’s, zoals op andere schoolsoorten. De individuele behoefte van elke leerling staat voorop in het praktijkonderwijs. Daardoor zijn de lessen aangepast aan elke individuele leerling –
en niet aan een algemeen programma.
Beroepsgerichte vakken: Naast de algemene vakken taal rekenen, informatiekunde en lichamelijke opvoeding krijg je op het praktijkonderwijs ook vakken die speciaal gericht zijn op beroepen die je later kunt beoefenen. Deze vakken verschillen per school. In overleg met de gemeente kiest de school bijvoorbeeld om les te gaan geven in vakken voor het magazijn- of vorkhef- truckwerk, de horeca, de bouw en het groot-winkelbedrijf. Van school naar praktijk Voordat je beroepsgerichte vakken gaat volgen, ga je nadenken en overleggen over je eigen beroepswensen en mogelijkheden. Na verloop van tijd ga je ook één of meer stages lopen om praktijkervaring op te doen voor een echte baan. De scholen doen hun best om voor hun leerlingen een geschikte functie te vinden.

Vmbo
Het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) bestaat uit zogeheten leerwegen. Een leerweg is de route die een leerling volgt na de onderbouw. De vier leerwegen zijn:
• de theoretische leerweg (mavo);
• de gemengde leerweg;
• de kaderberoepsgerichte leerweg;
• de basisberoepsgerichte leerweg.

Alle vier de leerwegen leiden naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo).
De theoretische leerweg Een diploma van de theoretische leerweg geeft toegang tot vakopleidingen (niveau 3) en middenkaderopleidingen (niveau 4) van het mbo. Met een diploma van de theoretische leerweg kun je ook naar het havo.

De gemengde leerweg:
Deze leerweg is vergelijkbaar met de theoretische leerweg, maar in plaats van één van de theoretische vakken volg je een beroepsgericht vak. De gemengde leerweg bereidt de leerlingen voor op de vak- en middenkaderopleidingen (niveau 3 of 4) van het mbo. Ook met een diploma van de gemengde leerweg kun je naar het havo.

De kaderberoepsgerichte leerweg:
Deze leerweg richt zich op de praktijk en bereidt de leerlingen voor op de vak- en middenkaderopleidingen (niveau 3 en 4) van het mbo. De leerweg is vooral geschikt als je het liefst kennis opdoet in de praktijk.

De basisberoepsgerichte leerweg:
Deze leerweg bereidt je voor op de basisberoepsopleidingen (niveau 2) van het mbo. Ook deze leerweg is gericht op leerlingen die praktisch zijn ingesteld. Binnen de basisberoepsgerichte leerweg bestaan in leerjaren 3 en 4 verschillende maatwerktrajecten. Maatwerktrajecten
die op meerdere scholen gevolgd kunnen worden zijn een leerwerktraject, de assistent- of entree opleiding en vakmanschaproutes. In een leerwerktraject volgen leerlingen minder theoretische vakken en wordt meer geleerd via het opdoen van praktijkervaringen zoals via stages. Na het afronden van een leerwerktraject stroom je door naar mbo 2, liefst in aanverwante niveau-2-opleiding in het mbo. Daarnaast bestaat de assistent/entreeopleiding in het vmbo. Leerlingen volgen een entree-opleiding op de vmbo-school. In een vakmanschaproute volg je vanaf het derde leerjaar in het vmbo een geïntegreerd vmbo-mbo programma. Niet elke vmbo-school biedt deze maatwerktrajecten aan. Kies de sector die bij je past. Elke leerweg kent een keuze uit vier sectoren: Techniek, Zorg en Welzijn, Economie en Landbouw. Leerlingen in het vmbo kiezen op zijn vroegst aan het eind van het tweede leerjaar voor één van de vier sectoren. Binnen deze sectoren bestaan specialisaties: beroepsgerichte programma’s. Ook is het mogelijk sector overstijgende programma’s te volgen: intersectorale programma’s. Waar moet je vooraf goed op letten? Niet elke school heeft alle beroepsgerichte programma’s in huis. Je kunt dus bijvoorbeeld niet automatisch overal voertuigentechniek of uiterlijke verzorging gaan volgen. Vraag bij elke vmbo-school op je keuzelijstje na welke beroepsgerichte programma’s zij aanbieden. Zorgstructuur. In het vmbo is de zogeheten zorgstructuur ingevoerd. Het doel is dat zoveel mogelijk leerlingen hun leerweg met een diploma afsluiten. De meeste leerlingen kunnen dat op eigen kracht. Sommige leerlingen hebben daar wat extra hulp en bijzondere voorzieningen bij nodig. Extra zorg in leerwegondersteunend onderwijs Voor vmbo-leerlingen die tijdelijke ondersteuning nodig hebben, is er het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo). Deze leerlingen krijgen extra hulp. Sommige vmbo-scholen hebben een aparte voorziening voor leerlingen die leerwegondersteunend onderwijs krijgen. Hier krijg je les in kleinere groepen en meer in je eigen tempo. In het lwoo volg je hetzelfde lesprogramma als in de reguliere leerwegen van het vmbo; de lesstof zelf is dus niet anders. Wanneer kun je lwoo volgen? De school beslist zelf of een leerling voor leerwegondersteunend onderwijs in aanmerking komt.  Bij een positieve beslissing krijgt de leerling de indicatie voor lwoo en ontvangt de school extra geld voor de extra ondersteuning voor deze leerling. De school is verplicht een individueel handelingsplan voor de leerling op te stellen. Vraag ernaar op school. Ook niet-geïndiceerde leerlingen kunnen worden toegelaten tot het lwoo, als de school dat beslist. Wat als het met lwoo niet lukt? Als het vmbo niet lukt met lwoo dan kan een leerling onder bepaalde voorwaarden naar het praktijkonderwijs, zie hiervoor de informatie op de vorige pagina.

Havo:
Het havo duurt vijf jaar en is vooral bedoeld als voorbereiding op het hbo (hoger beroepsonderwijs). Met een bewijs dat de eerste drie leerjaren havo met gunstig gevolg zijn doorlopen, kan je ook doorstromen naar een vakopleiding of een middenkaderopleiding van het mbo.

Vwo:

Het vwo duurt zes jaar en is vooral bedoeld als voorbereiding op het wo (wetenschappelijk onderwijs). Met een bewijs dat de eerste drie leerjaren van het vwo met gunstig gevolg zijn doorlopen, kan je doorstromen naar een vakopleiding of een middenkaderopleiding van het mbo. Tot het vwo behoren het atheneum en het gymnasium. Op het gymnasium krijgen alle leerlingen Grieks en Latijn in de onderbouw en Grieks en/of Latijn in de bovenbouw. Op het atheneum wordt soms Latijn gegeven als keuzevak.